Het bindmiddel van de egaline moet bij je ondergrond passen, en de laagdikte bepaalt welk product binnen die groep je nodig hebt. Gipsgebonden egaline hoort op een gipsgebonden ondergrond zoals een anhydriet gietvloer, cementgebonden op zandcement en beton. Daarna is het rekenwerk: een egaline voor 1 tot 5 mm vult geen kuil van 12 mm, en een egaline die minimaal 3 mm nodig heeft bindt niet als je hem op 1 mm uitstrijkt. Hieronder kies je stap voor stap, en daaronder staat waarom elke stap er is.
Zo rekenen we het uit
Egaline reken je niet per vierkante meter maar per kilo, want de hoeveelheid hangt aan de laagdikte. De regel is: oppervlak in m² × gemiddelde laagdikte in mm × verbruik in kg per m² per mm = kilo’s egaline. Die kilo’s deel je door het gewicht van een zak en rond je naar boven af op hele zakken.
Een voorbeeld. Een woonkamer van 30 m², gemiddeld 3 mm dik, met een egaline die 1,5 kg per m² per millimeter verbruikt: 30 × 3 × 1,5 = 135 kg. Dat is 135 / 25 = 5,4 zakken van 25 kg, dus zes zakken. Boven de 10 m² rekenen wij er één zak bij, want halverwege een vloer zonder materiaal staan is niet op te lossen: de naad tussen twee giet-sessies blijft zichtbaar.
Afronden naar boven is geen verkooptruc maar een eigenschap van het materiaal. Aangemaakte egaline is na ongeveer een halfuur niet meer te verwerken, dus je kunt een zak niet half gebruiken en morgen de rest.
Wat er nog bij komt
Primer is geen optie maar onderdeel van de klus. Een zuigende ondergrond trekt het water uit de egaline voordat die kan binden; een niet-zuigende ondergrond zoals tegels of natuursteen heeft juist een primer nodig die grip geeft. Reken op 100 tot 300 gram per m², afhankelijk van de primer. Verder heb je een mengemmer van 30 liter nodig (een hele zak gaat er in één keer in), een mengstaaf, een prikroller om de lucht eruit te rollen en spijkerschoenen om in de verse laag te kunnen staan.
Alle egalines die wij voeren, met hun grenzen
Bindmiddel, laagdikte en verbruik per product. De laagdikte is de grens die de fabrikant opgeeft: daarbuiten vervalt de garantie, hoe goed het ook lijkt uit te pakken.
| Egaline | Bindmiddel | Laagdikte | Verbruik | Zak | Waarvoor |
|---|---|---|---|---|---|
| Kerakoll Planogel Rheo | Cement | 1 tot 30 mm | 1,6 kg/m² per mm | 25 kg | Een zak voor zowel dun uitvlakken als dik ophogen, 1 tot 30 mm. |
| Stauf XP-10 | Cement | 1 tot 10 mm | 1,5 kg/m² per mm | 25 kg | Snel drogend, met goede vloei onder PVC en hout. |
| Stauf XP-20 | Cement | 1 tot 20 mm | 1,5 kg/m² per mm | 25 kg | Spanningsverlagend en geschikt voor bureaustoelen. |
| Thomsit BasicCem | Cement | 1 tot 10 mm | 1,5 kg/m² per mm | 25 kg | De cementgebonden basiskeuze tot 10 mm in een bewerking. |
| Thomsit Egalisatie DX | Cement | 0,5 tot 15 mm | 1,5 kg/m² per mm | 25 kg | Vanaf een halve millimeter, speciaal voor PVC en parket. |
| Thomsit FA97 Vezelversterkt | Cement | 3 tot 15 mm | 1,5 kg/m² per mm | 25 kg | Vezelversterkt, dus voor ondergronden die iets kunnen werken: houten vloeren en spaanplaat. |
| Thomsit OS projectegaline | Cement | 2 tot 10 mm | 1,5 kg/m² per mm | 25 kg | Zelfvloeiend en verpompbaar, met een heel glad oppervlak. Voor grotere oppervlakken. |
| Thomsit RS 100 Renovatie | Cement | vanaf 0 mm | 1,5 kg/m² per mm | 25 kg | Fijne korrel, uit te strijken tot op nul millimeter. Voor kuilen, naden en plekken, niet voor een hele vloer. |
| Thomsit RS88 Renovatiemortel | Cement | 1 tot 100 mm | 1,5 kg/m² per mm | 25 kg | Van 1 tot 100 mm. Voor trappen, bordessen en vloeren die echt opgehoogd moeten worden. |
| Thomsit SL 85 Systeemegalisatie | Cement | 2 tot 50 mm | 1,5 kg/m² per mm | 25 kg | Tot 50 mm in een gang: voor een echt scheve dekvloer. |
| Thomsit XXL Power | Cement | 2 tot 20 mm | 1,5 kg/m² per mm | 25 kg | Tot 90 procent minder stof bij het mengen, en geschikt voor zwaar belaste ruimtes. |
| Thomsit XXL Xpress | Cement | 2 tot 20 mm | 1,5 kg/m² per mm | 25 kg | Na anderhalf uur al belegbaar. De snelste optie als de vloer dezelfde dag verder moet. |
| Wakol Z610 | Cement | 1 tot 20 mm, met toeslagstof tot 30 mm | 1,5 kg/m² per mm | 20 kg | Spanningsarm, tot 90 procent minder stof, en na zes uur klaar om op te leggen. |
| Wakol Z675 | Cement | 1 tot 5 mm | 1,5 kg/m² per mm | 25 kg | Dunne lagen tot 5 mm onder PVC en textiel. Vanaf 1,5 mm geschikt voor bureaustoelen. |
| Stauf GS Anhydriet | Gips (calciumsulfaat) | 1 tot 20 mm, met toeslagstof tot 30 mm | 1,5 kg/m² per mm | 25 kg | Gipsgebonden en geschikt voor hout en textiel. Op spaan- en OSB-platen maximaal 5 mm. |
| Thomsit AS1 Rapid | Gips (calciumsulfaat) | 1 tot 20 mm | 1,5 kg/m² per mm | 20 kg | Calciumsulfaat, mag op gietasfalt en op oude vastzittende lijmresten. |
| Thomsit AS2 vezelversterkt | Gips (calciumsulfaat) | 3 tot 30 mm | 1,6 kg/m² per mm | 25 kg | Vezelversterkt calciumsulfaat voor dikke lagen op moeilijke renovatie-ondergronden. |
| Thomsit BasicGyp | Gips (calciumsulfaat) | 1 tot 15 mm | 1,5 kg/m² per mm | 25 kg | De gipsgebonden basiskeuze tot 15 mm. Onder meerlaags parket in combinatie met elastische Thomsit-lijm. |
| Wakol A830 | Gips (calciumsulfaat) | 1 tot 20 mm, met toeslagstof tot 30 mm | 1,4 kg/m² per mm | 25 kg | Calciumsulfaat, speciaal voor anhydrietvloeren, droge afbouwelementen, spaanplaat en gietasfalt. Met de rakel te verwerken. |
| Wakol A885 Gips | Gips (calciumsulfaat) | 1 tot 20 mm, met toeslagstof tot 30 mm | 1,5 kg/m² per mm | 25 kg | Gips op gips: de logische keuze op anhydriet en gipsplaten, en hij mag ook op cement en gietasfalt. |
| Thomsit XF300 Hybride | Hybride | 2 tot 15 mm | 1,6 kg/m² per mm | 20 kg | De snelste van de reeks: bij 3 mm na zes uur al belegbaar. |
| Thomsit XF500 Hybride | Hybride | 2 tot 30 mm | 1,6 kg/m² per mm | 20 kg | Hybride en spanningsvrij drogend, dus dikke lagen tot 30 mm zonder scheurrisico. |
Laagdikte en bindmiddel komen uit de technische documentatie van de fabrikant; per product staat de herkomst vastgelegd in onze eigen productdata.
Eerst weten wat er onder je voeten ligt
Dit is de stap die mensen overslaan, en het is de enige die een gietvloer echt kan laten mislukken. Zo herken je de vier ondergronden die in Nederlandse woningen het meest voorkomen:
- Zandcement dekvloer. Grijs, licht korrelig, en als je er water op druppelt trekt dat binnen een minuut in. De meest voorkomende dekvloer in woningen van voor 2000.
- Anhydriet of calciumsulfaat gietvloer. Glad en vlak gegoten, meestal lichter van kleur, soms bijna wit of lichtgeel. Vaak in nieuwbouw en bij vloerverwarming, omdat zo’n vloer dunner kan en warmte beter doorgeeft. Water blijft er langer op staan.
- Beton. Kale constructievloer, donkerder en harder dan zandcement, meestal in kelders, garages en nieuwbouw waar nog geen dekvloer op zit.
- Gietasfalt. Zwart en iets veerkrachtig, uit woningen van rond de jaren zestig en zeventig. Je kunt er met een schroevendraaier in krassen.
Weet je het niet zeker, maak dan een foto van een hoek waar de vloer open ligt en stuur die naar ons. Dat kost vijf minuten en voorkomt een verkeerde zak.
Waarom het bindmiddel moet matchen
Cement en calciumsulfaat (gips) reageren anders op vocht en zetten anders uit. Giet je een cementgebonden egaline rechtstreeks op een anhydrietvloer, dan kan er bij vocht ettringiet ontstaan: een kristalvorming die uitzet en de laag van de ondergrond af duwt. Dat gebeurt niet altijd en niet meteen, maar als het gebeurt zit je met een vloer die hol klinkt en loslaat, met de nieuwe vloerbedekking er al op.
De regel is daarom simpel:
| Ondergrond | Eerste keus | Mag ook, met de juiste primer |
|---|---|---|
| Anhydriet of gietvloer | Gipsgebonden (calciumsulfaat) | Hybride |
| Gipsvezelplaat, bijvoorbeeld Fermacell | Gipsgebonden | Hybride |
| Zandcement | Cementgebonden | Gipsgebonden of hybride |
| Beton | Cementgebonden | Gipsgebonden of hybride |
| Tegels, natuursteen, terrazzo | Cementgebonden | Hybride |
| Hout, spaanplaat, OSB | Vezelversterkt of speciaal voor hout | – |
| Gietasfalt | Gipsgebonden, in een dunne laag | Cementgebonden die het expliciet toestaat |
Hybride egalines zoals de Thomsit XF300 en XF500 zijn vrijgegeven voor zowel gips- als cementgebonden ondergronden. Dat maakt ze een veilige keuze als je twijfelt over wat er ligt, en het is de reden dat ze in de wijzer hierboven vaak als alternatief naar boven komen.
Op hout en plaatmateriaal gelden eigen regels
Een houten verdiepingsvloer werkt: hij zet uit, krimpt en veert mee als je erover loopt. Een gewone cementgebonden egaline is daar te stijf voor en scheurt. Je hebt een vezelversterkte egaline nodig, zoals de Thomsit FA97, of een product dat de fabrikant expliciet voor hout en plaatmateriaal vrijgeeft.
Daarbij komt een maximum dat losstaat van wat het product normaal kan. Op spaanplaat en OSB mag de laag bij veel egalines niet dikker zijn dan 5 mm, ook als het product op beton 20 mm aankan. De reden: een dikke, zware laag op een verende ondergrond gaat juist meer werken, niet minder. Zit je dieper, dan hoort de ondergrond eerst vlakker, bijvoorbeeld door de plaatvloer bij te schroeven of een extra laag plaatmateriaal.
Controleer ook of de platen stevig vastzitten. Een plaat die onder je voeten beweegt neemt de egalinelaag mee, en dan scheurt die op de naad. Schroef losse plekken vast voordat je begint.
De laagdikte: twee getallen, niet één
Leg een rechte lat of een waterpas van minstens twee meter op de vloer en meet op vijf of zes plekken hoeveel ruimte er onder de lat zit. Daar komen twee getallen uit, en je hebt ze allebei nodig voor een andere beslissing:
- De diepste plek bepaalt of een product geschikt is. Elke egaline heeft een maximale laagdikte per gietbeurt, en daarboven vervalt de garantie van de fabrikant.
- De gemiddelde dikte bepaalt hoeveel zakken je nodig hebt. Reken de hele vloer niet door op je diepste kuil: bij een vloer die van 2 tot 8 mm loopt is dat het verschil tussen tien en zestien zakken voor dezelfde kamer.
Het tweede getal wordt ook aan de onderkant getoetst, en dat is wat de meeste keuzehulpen overslaan. Een egaline met een minimale laagdikte van 3 mm bindt niet als je hem ergens op een halve millimeter uitstrijkt: daar blijft een zwakke, poederige laag achter die onder de vloerbedekking loslaat. Wil je tot bijna nul uitstrijken, dan heb je een product nodig dat daarvoor gemaakt is, zoals de Thomsit RS 100 met zijn fijne korrel.
Is het verschil tussen je dunste en dikste plek groter dan een centimeter, dan is in twee ronden werken bijna altijd goedkoper: eerst de diepe plekken plaatselijk vullen met een reparatiemortel, laten drogen, en daarna de hele vloer dun egaliseren. Je betaalt dan voor een dunne laag over het hele oppervlak in plaats van voor een dikke.
Wat erop komt bepaalt mee
De vloerbedekking stelt zijn eigen eisen aan de laag eronder.
| Wat erop komt | Waar je op moet letten |
|---|---|
| Plak-PVC | Vraagt de vlakste ondergrond van allemaal. Elke oneffenheid tekent zich binnen een paar maanden af in de toplaag, want de vloer wordt volledig verlijmd en volgt alles. |
| Klik-PVC en laminaat | Liggen zwevend op een ondervloer en overbruggen kleine oneffenheden. Bij grotere holtes gaan de kliknaden werken en kraken. |
| Lamelparket en multiplank | Bij gipsgebonden egalines vaak een minimale laagdikte van 2 of 3 mm, ook op plekken waar je dunner zou willen. |
| Tapijt en linoleum | Minder kritisch op vlakheid, maar linoleum laat net als PVC oneffenheden zien. |
| Bureaustoelen | Sommige egalines zijn pas vanaf 1,5 of 2 mm geschikt voor stoelwieltjes. Werk je thuis op een bureaustoel, dan is dat een eis en geen detail. |
Primer is geen extra, het is een stap
Primer overslaan is de meest voorkomende fout bij egaliseren, en de gevolgen zie je pas als de vloer er al op ligt. Twee verschillende problemen, twee verschillende primers:
- Een zuigende ondergrond (zandcement, beton, anhydriet) trekt het aanmaakwater uit de egaline voordat die kan binden. Je krijgt een poederig oppervlak, krimpscheuren en belletjes. Hier gebruik je een dispersieprimer die de poriën dichtzet.
- Een niet-zuigende ondergrond (tegels, natuursteen, terrazzo, oude lijmresten) geeft de egaline niets om zich aan vast te houden. Hier gebruik je een hechtprimer, vaak met kwartszand erin, die ruwheid aanbrengt. Dat is een ander product, en de verkeerde primer werkt hier niet.
Reken op 100 tot 300 gram per vierkante meter, afhankelijk van de primer en hoe zuigend de ondergrond is. De wijzer hierboven rekent de emmers mee op basis van het hoogste verbruik: primer tekortkomen betekent opnieuw wachten op droogtijd, en een halve emmer blijft bruikbaar.
Wachttijden waar je echt op moet wachten
Egaline is sneller beloopbaar dan belegbaar, en dat verschil wordt onderschat. Beloopbaar betekent dat je er voorzichtig over kunt lopen, meestal na twee tot drie uur. Belegbaar betekent dat de laag genoeg is uitgedroogd om er een vloer op te leggen, en dat duurt bij een laag van 3 mm al snel een etmaal, met per extra millimeter een dag erbij.
Leg je te vroeg, dan zit het restvocht onder je nieuwe vloer gevangen. Bij PVC en parket geeft dat lijm die niet uithardt, en bij hout werkt de vloer eerst op en daarna krom. Op elke productpagina staan de beloopbaar- en belegbaartijden van dat specifieke product; in de tabel in de wijzer hierboven staan ze naast elkaar.
Heb je haast, dan is dat een productkeuze en geen reden om korter te wachten. De Thomsit XXL Xpress is na ongeveer anderhalf uur belegbaar, en de XF300 bij 3 mm na zes uur. Dat kost meer per zak en bespaart een dag.
Vijf fouten die een gietvloer slopen
1. Te veel water. Egaline aanlengen tot het makkelijk vloeit lijkt handig, maar het verzwakt de laag en geeft een poederig oppervlak. Houd je aan de liters op de zak, meet ze af en gok niet.
2. In een te grote baan werken. De verwerkingstijd is 20 tot 30 minuten. Werk in vlakken die je binnen die tijd af hebt, en giet de volgende aan tegen de nog natte rand van de vorige. Een rand die al aan het binden is, blijft zichtbaar.
3. De prikroller overslaan. Bij het mengen komt lucht in de massa. Zonder prikroller blijven die belletjes zitten en krijg je kleine kraters in het oppervlak, precies waar je PVC straks op komt.
4. Een vloer egaliseren die eerst gerepareerd moet worden. Scheuren, losse delen en holle plekken trekken door de nieuwe laag heen. Repareer die eerst, met reparatiemortel, en egaliseer daarna.
5. Niet schoonmaken. Stof, gips en lijmresten zijn een scheidingslaag tussen de ondergrond en je egaline. Stofzuigen is het minimum; losse lijmresten eraf schrapen hoort erbij.
Verder lezen
Weet je al welk product je wilt en zoek je alleen het aantal zakken, dan staat die rekensom met een voorbeeld in Hoeveel egaline heb ik nodig. De volledige werkwijze, van schoonmaken tot de laatste baan, staat in Vloer egaliseren stap voor stap. Twijfel je of je vloer wel geëgaliseerd moet worden, begin dan bij De ondergrond beoordelen voordat je een vloer bestelt. Alle zakken en primers staan in Egaliseren.